Met het gloednieuwe Handboek Circulaire Restwaarde beschikt de onderwijssector voor het eerst over een volledig gevalideerd kader voor circulair bouwen. Het handboek maakt het mogelijk om circulariteit structureel te verankeren in beleid, ontwerp en financiële besluitvorming.
“We zien al heel lang dat de wil om circulair te bouwen er wel is, maar dat financiële en bestuurlijke houvast ontbraken,” aldus Jan Willem van Kasteel, senior adviseur. Hij ontwikkelde het handboek samen met InvestNL binnen het Programma van Onderwijshuisvesting.
“De Commissie Besluit begroting en verantwoording (BBV1) verduidelijkte begin dit jaar expliciet dat gemeenten circulaire restwaarde mogen meenemen in hun financiële verantwoording; een doorbraak waar de sector lang op heeft gewacht.”
Eerlijk en betrouwbaar
Circulaire restwaarde is de waarde die bouwproducten aan het einde van de levensduur van een gebouw nog hebben, mits je het gebouw zo hebt ontworpen dat je die producten kunt hergebruiken.
Jan Willem: “De veroudering van schoolgebouwen, de druk op klimaatdoelen en de beperkte investeringsruimte vragen om slimme keuzes. Door te rekenen met circulaire restwaarde ontstaat extra investeringsruimte, zonder stijging van de jaarlasten.”
Gamechanger
“Dit handboek maakt zichtbaar dat circulair bouwen niet duurder hoeft te zijn. Het vraagt alleen om anders kijken en anders rekenen,” vervolgt Jan Willem. “Gemeenten en schoolbesturen kunnen nu aantoonbaar meer kwaliteit én duurzaamheid realiseren binnen dezelfde financiële kaders. Dat is een gamechanger.”
Het handboek legt stap voor stap uit hoe je die restwaarde op een eerlijke en betrouwbare manier berekent. De methode sluit aan bij Het Nieuwe Normaal, de landelijke standaard en uniforme taal voor circulair bouwen.
Accountants, kostendeskundigen en de Commissie BBV hebben deze rekenmethode inmiddels beoordeeld en bevestigd. Daardoor kunnen gemeenten circulaire restwaarde nu op een verantwoorde manier opnemen in hun regels voor begroting en financiële verantwoording.